facebook groepen

Worden Facebookgroepen de nieuwe online communities?

Voor de goegemeente is het onderscheid tussen social media en online communities niet altijd duidelijk. Het is zo dat er heel veel echte communities op social media zijn ontstaan. Maar toch adviseren wij over het algemeen niet om social media hiervoor in te zetten als het ook met een eigen sociaal platform kan. Maar met de nieuwe Facebookgroepen kon dat wel eens anders worden. 

Nadelen social media

De hamvraag voor organisaties is altijd of ze zelf een platform moeten aanschaffen of gebruik moeten maken van social media. Zowel in doel als in functionaliteit zijn er heel veel verschillen. In grote lijnen zijn social media erop gericht om contact te onderhouden met mensen die je al kent. Uitgezonderd de groepen, maar dat is niet de centrale functionaliteit. Online communities zijn er juist veel meer op gericht om nieuwe mensen te leren kennen. Als je op Facebook een vriendverzoek stuurt naar een wildvreemde, zal dat zelden in goede aarde vallen. In een online community is het al veel vanzelfsprekender dat je een vreemde aanspreekt of uitnodigt. De grote gemene deler bij een community is dus niet een al bestaande relatie, maar een gedeelde interesse, passie, waarde of doel. Michael Wu van Lithium beschreef dat heel goed.

De functionaliteit van social media is helemaal gericht op het principe van soort zoekt soort. Het algoritme van Facebook bijvoorbeeld is zo ingesteld dat ik vooral content zie waarvan de kans op een like of reactie mijnerzijds zo groot mogelijk is. De zogenaamde filterbubbel: Je ziet alleen maar nieuws en informatie dat past in je wereldbeeld. De spannende dialoog met nieuwe inzichten zal daardoor sneller ondersneeuwen. Die situatie wil je voorkomen als je een online community nodig hebt waar kruisbestuiving van meningen en ideeën plaats moet vinden.

Nog een wezenlijk functioneel onderscheid tussen social media en online communities is het eigenaarschap van de data. Als je als organisatie een Facebook- of LinkedIngroep hebt, blijft de data in die groepen van Facebook of LinkedIn. Daardoor loop je het risico dat je alle opgebouwde kennis in de community zomaar ineens kwijt kunt zijn. Koppelingen met een klantdatabase zijn ook niet te realiseren. Dat maakt het moeilijker om klantinzichten terug te herleiden naar individuen of groepen. Op een eigen platform heb je die data wel. Die kan letterlijk op een van de servers staan, of contractueel zijn vastgelegd.

Voordelen social media

Er zitten ook veel voordelen aan het inzetten van social media voor faciliteren van communities. Het grootste voordeel is dat je daar bent, waar je doelgroep zich al bevindt. Van jong tot oud en van klein tot groot; bijna iedereen is wel actief op social media. Omdat Facebook al in het systeem van mensen zit en men gemiddeld zo’n twintig keer per dag inlogt (blijkt uit onderzoek), zul je veel snellere en grotere adoptie in een nieuwe Facebookgroep zien dan in een nieuw platform. Ook weten de gebruikers al precies hoe alle knopjes werken. Dat moeten ze in zo’n nieuw platform allemaal nog ontdekken.

Een ander voordeel is dat je voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Natuurlijk heb je wel kosten aan beheer en content, maar het platform zelf kun je direct gratis gebruiken. Ook een risico. Kijk maar hoe het de LinkedIngroepen is vergaan. Een wildgroei aan groepen zonder beheer, heeft daar geleidt tot veel begraafplaatsen van promotionele content. Maar voor organisaties met beperkte budgetten wil dat gratis zijn nog wel eens van doorslaggevend belang zijn. Om die reden zetten wij Facebook- en LinkedIngroepen vaak in om een communityconcept te testen. Een manier om budgetvriendelijk uit te vinden of de community aanslaat of niet.

En nu dus nieuwe Facebookgroepen!

Het was al langer een publiek geheim dat Facebook ook de markt van online communities wil domineren. De eerste stappen daartoe zetten ze een jaar geleden al met de lancering van Workplace by Facebook. Hun tegenoffensief voor onder andere Yammer en Slack. Workplace is specifiek bedoeld voor Enterprise Social Networking (sociaal platform voor medewerkers). Dit bleek nog maar het begin. Gisteren lieten ze bij monde van Mark Zuckerberg weten dat Facebook zelfs haar missie heeft verandert in ‘mensen in staat stellen een community te bouwen en de wereld dichterbij elkaar brengen.’

Wat betekent dat nu concreet? Dat met name de Facebookgroepen (waar al veel hele en halve communities in zitten) een enorme facelift krijgen. Dat is erg goed nieuws. Zo zal Facebook in de komende maanden functionaliteit uitrollen waarmee:

  • Je posts kunt inplannen
  • Admins kunnen zien wie er actief zijn en wat ze doen
  • Admins leden en hun content met een druk op de knop kunnen verwijderen
  • Admins nieuwe leden in bulk kunnen toelaten gebaseerd op locatie, geslacht of interesse
  • Groepen met andere groep kunnen linken (bijvoorbeeld voor subcommunities)

Mooie ontwikkelingen die ons werk er niet makkelijker op maken. Want Facebook wordt met deze nieuwe update echt aantrekkelijker voor online communities en beheer daarvan. Tegelijkertijd is het afbreukrisico (geen controle over de data) hetzelfde gebleven. Ik was daarom wel benieuwd hoe anderen hier over dachten en ben een poll op Twitter gestart. Daar neigt de meerderheid op moment van schrijven naar vermijden van Facebook voor online communities. Wat denk jij?

Vanuit Bind volgen we in elk geval met meer dan gewone belangstelling deze ontwikkeling. En stiekem hoop ik dat Facebook wil overwegen eens wat flexibeler om te gaan met gebruikersdata uit de groepen. Misschien in een volgende update?

Community is de toekomst van de journalistiek

Dat iedereen overal en altijd de rol van online verslaggever op zich kan nemen, is inmiddels wel bekend. Burgerjournalistiek, heet dat. Nieuw zijn professionele journalisten die de hulp van hun lezerspubliek inroepen om stukken te schrijven. In dat laatste ligt voor een groot deel de toekomst van de journalistiek. 

Fake news

De journalistiek zit al tijden in zwaar weer. Ze heeft stevige concurrentie gekregen van iedereen met een smartphone. Daarnaast is het vertrouwen in objectieve verslaggeving laag. Zo maakten de Amerikaanse verkiezingen eens te meer duidelijk hoe makkelijk het is om nepnieuws viraal te laten gaan. Gemanipuleerde foto’s die niet van echt zijn te onderscheiden verspreiden zich razendsnel dankzij social media. Uiteindelijk komt wel aan het licht dat de foto’s nep zijn, maar dan is het vaak te laat. De schade is al berokkend.

De Correspondent

In Nederland alleen al worden genoeg pogingen ondernomen om dit tij te keren. De Correspondent is hier een goed voorbeeld van. Elke dag verschijnen er online hoogwaardige artikelen zonder advertenties. Voor 6 euro per maand kun je lid worden en heb je toegang tot alle stukken. Ze trekken een niche publiek aan dat bereid is te betalen voor goede verhalen.

Een vergelijkbaar verdienmodel wordt door Follow The Money gehanteerd. Daar kun je voor acht euro per maand lid worden en toegang krijgen tot al hun content. De overeenkomst tussen beide journalistieke platformen is dat ze een heel afgebakende groep lezers bedienen. Deze ‘community’ van mensen zijn waarschijnlijk kritische geestverwanten van de journalisten die de stukken schrijven. Ook deze lezers wensen op authentieke een eerlijke wijze geïnformeerd te worden over de wereld. Als je dat bedenkt, is het toch jammer dat de betrokkenheid van de lezers bij de totstandkoming van de stukken beperkt blijft.

Crowdsourcing

Yournalism is een Nederlandse journalistieke startup die een stap verder gaat. Zij crowdsourcen de journalistieke beginvraag. Als je als lezer ergens meer over wil lezen of je wil iets aan de kaak stellen, dan kun je daarvoor bij Yournalism een voorstel indienen. Jouw idee wordt vervolgens getoetst aan criteria als haalbaarheid, urgentie en draagvlak. Als er potentie in zit, zorgt het platform dat er een journalist mee aan de slag gaat. Als het verhaal af is, kunnen de lezers nog additionele vragen aan de journalist stellen.

Een platform als Hearken lijkt hier erg op, maar legt de bal in eerste instantie bij de journalist. Die kan zijn idee voor een verhaal pitchen aan een lezerspubliek. Dat publiek kan op de ideeën van de journalisten stemmen, en hen vervolgens helpen met het maken van het verhaal door mee te denken in een interactieve notebook.  In beide platformen wordt het lezerspubliek integraal betrokken bij het maakproces. Vergelijk dat eens met de meeste journalistiek, waar het lezerspubliek pas een rol krijgt achteraf in de comment-sectie onderaan.

Crowdsourcen van journalistiek
Betrekken van de community bij een artikel

Voordelen

Een voordeel van dit soort systemen is onder meer een verhoogde mate van eigenaarschap bij je publiek. Daarnaast zal de community zich ook gaan inspannen om je artikel te promoten, aangezien ze er inmiddels een belang bij hebben. En net als bij elke online community krijg je gratis inzichten erbij over wat je lezerspubliek wil:

  • Welke content vinden ze interessant?
  • Welke journalisten spreken hen aan?
  • Welk type onderwerp vinden ze het leukst?

De eindverantwoordelijkheid ligt nog steeds bij de journalist. Het publiek wordt alleen betrokken in zaken waar het meer-ogen-principe een voordeel is: de selectie en fijn slijpen van het stuk.

Wikitribune

Ook het project Wikitribune geeft de community een veel grotere rol dan alleen die van reageerder. Oprichter Jimmy Wales (bekend van Wikipedia) gelooft dat er serieus iets mis is met het nieuws. Hij denkt dat de grotere community een taak heeft de gepresenteerde feiten, bronnen en stellingen uit journalistieke producten te controleren op juistheid. In zijn beleving is die community minstens zo belangrijk als de schrijver. Dat lijkt natuurlijk erg op Wikipedia, waar een groot publiek ervoor zorgt dat de feiten kloppen. Wikitribune maakt het journalistieke proces echt van iedereen.

wikitribune
Diverse rollen die de communityleden op zich kunnen nemen

The Coral Project

Goede initiatieven komen nooit alleen. Naast de al eerder genoemde initiatieven is The Coral Project ook bezig de journalistiek te vernieuwen. Dat doen ze onder andere door wetenschappelijk onderzoek, evenementen en nieuwe software. Een van hun softwareproducten heet Talk. Deze open source software is bedoeld om de commentaarsectie beter te maken. Uit onderzoek wat zij deden onder frequente reageerders van nieuwssites, bleek dat deze mensen onder andere behoefte hadden aan:

  • Een diversiteit van standpunten
  • Community gevoel
  • Erkenning
  • Duidelijkheid
  • Wederkerigheid en respect

Door gebrek aan techniek en moderatie is dat nu juist wat vaak ontbreekt in de comment-secties. Kijk eens op een willekeurige nieuwssite en de scheldkannonades en verwensingen vliegen je om de oren. Veel nieuwssites besluiten te arren moede maar om daarom de secties te sluiten. Zonde. Met deze nieuwe software hoopt The Coral Project daar verandering in te brengen.

Conclusie

Met al deze initiatieven lijkt de kwaliteitsjournalistiek wel een revival door te maken. Uiteindelijk gaat het niet om de techniek alleen. De proof of the pudding zit met name in hoe de journalistiek het toe gaat passen. Als zij bereid zijn hun werk echt open te stellen voor de goegemeente, dan ligt er veel moois in het verschiet.

Waarom Forum Gelderland wél slaagt in co-creatie met burgers [case]

In een klein jaar heeft Forum Gelderland zich al bewezen. In kort tijdsbestek heeft een kleine achtduizend mensen een profiel aangemaakt op het forum om mee te praten over beleid op thema’s zoals wonen en ruimte. Daarmee streeft het platform de ‘ouderwetse’ inloopavonden in aantal ver voorbij. Vaak zie ik initiatieven van gemeentes en provincies stranden. Wat maakt Forum Gelderland wél tot een succes?

Lees verder