Ik vraag me weleens af waarom er nog niet en masse door scholen met een online community wordt gewerkt. De core business van een school is o.a. het bijbrengen hoe je leert en het aanleren van samenwerken. Als er nou iets is dat communities goed kunnen faciliteren, dan is dat het wel.

En er is geen gebrek aan techniek. Een communityplatform als Edmodo is juist bedoeld voor studenten en docenten en is gratis. Toch, als je daar rondkijkt, dan wemelt het nog niet bepaald van de mensen. Veel scholen werken nog altijd met blackboard-omgevingen die je een decennium terug in de tijd brengen. Ik geloof echt dat er voor scholen die de stap durven nemen om te beginnen met een heuse online community, veel te halen is.

Rol social media bij informeel leren

Generatie Y of de digital natives zijn grootverbruikers van social media. Ze communiceren met elkaar op Twitter en Snapchat, delen hun mooiste foto op Instagram en delen video’s op YouTube. Onderzoek van het CBS (pdf) toont aan dat jongeren tussen de 12 en 25 jaar oud gemiddeld een tot drie uur per dag actief zijn op social media. Volgens een groot Nederlands trendonderzoek van Newcom (pdf) zit 58 procent van de jongeren tussen de 15 en 19 jaar oud op Instagram en 56 procent op Snapchat.

Jongeren gebruiken social media voor hun identiteitsontwikkeling, om zich creatief te uiten en om hun (virtuele) leefwereld vorm te geven. Juist het ongedwongen karakter van social media stimuleert deze processen. Dezelfde jongeren gebruiken die kanalen voor informeel leren.

Onderzoek toont aan dat social media populair zijn als middel voor informeel leren. Zo bleek uit een onderzoek op Ontario High School dat 73 procent van de leerlingen Facebook benutte voor leerdoeleinden. Dit geldt niet alleen voor Facebook. Ook Twitter kan het informele leren ondersteunen. Studenten in Oostenrijk bleken microbloggen te gebruiken als middel om buiten het klaslokaal met de stof aan de slag te gaan.

Eigenaarschap over eigen leerproces

Een online community is een combinatie van verschillende web 2.0-tools: blogs, Twitter- of Facebookachtige statusupdates, groepen en eigen profielen. Zo’n online community stelt scholen in staat het informele leren een eigen plek te bieden. Daarnaast geeft het de leerlingen meer eigenaarschap over hun eigen leerproces en vergroot het hun betrokkenheid bij de school.

In het artikel Social media voor participatief leren. Achterblijver of voorloper in het gebruik van social media? worden aanbevelingen gedaan hoe je het onderwijs hier op in zou kunnen richten. De auteurs stellen dat social media met name voor competentiegericht leren goed werkt. Daarbij is sociale interactie een wezenlijke component om tot kennisconstructie te komen. Ze pleiten bovendien voor een moderator die zorg draagt voor het groepsproces en het benutten van de digitale middelen. Dat er een community is, wil namelijk niet automatisch zeggen dat deze ook direct gebruikt wordt.

online-communities

Uiteindelijk vraagt dit van de leraren die enthousiast zijn, om hun lessen volgens bovenstaande aanbeveling socialer en interactiever te maken. Daarnaast zullen ze ruimte moeten maken voor de studenten om zelf hun onderwijs vorm te geven.

21ste eeuwse vaardigheden

Staatssecretaris Sander Dekker riep begin 2015 het Platform Onderwijs2032 in het leven. Met als opdracht een advies aan het kabinet te schrijven dat antwoord geeft op de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs nodig hebben om volwaardig in de (toekomstige) samenleving te participeren.

Hoewel de meeste scholen ICT hoog op de agenda hebben staan, blijkt uit onderzoek dat er in de lespraktijk (zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs) slechts beperkte structurele aandacht bestaat voor digitale vaardigheden. Het Platform vindt dat werken en leren in de digitale wereld en met nieuwe technologieën tot de kern van toekomstgericht onderwijs behoren. Ook ontwikkelingen op de arbeidsmarkt laten zien dat digitale vaardigheden van groot belang zijn voor sociale integratie en duurzame arbeidsparticipatie.

Volgens het Platform bestaan de digitale vaardigheden die essentieel zijn in de latere loopbaan van studenten uit:

  • ICT-vaardigheden
  • computational thinking
  • mediawijsheid
  • informatievaardigheden

Met name voor mediawijsheid en informatievaardigheden is de rol van web 2.0-middelen (of social media) niet te onderschatten.

Het competentiegerichte leren moet dusdanig worden ingericht dat een actief beroep wordt gedaan op mediawijsheid en informatievaardigheden. In een online community gebeurt dat voor een deel al automatisch. Zonder te kunnen zoeken en beoordelen van informatie kom je niet ver.

sociallearning

Blended learning

Bij blended learning worden meerdere traditionele vormen van klassikaal lesgeven afgewisseld met e-learning, bestaande uit games, virtual reality, webinars of online video’s. Web 2.0 en social media-kanalen kunnen informatie aanbieden en opslaan in verschillende multimedia-formats; video, beeld, tekst, en webapplicaties.

Uit onderzoek naar de inzet van social media (Twitter o.a.) bij blended learning (pdf) blijkt dat leerlingen gemotiveerder raken voor de stof, dat het een handig communicatiemiddel is tussen leerlingen en docenten en dat het naast een sociaal netwerk ook een sterk individuele leerervaring biedt.

Ook blijkt dat leren asynchroon plaatsvindt. Leerlingen en docenten zijn veel minder gebonden aan een locatie om met elkaar afstemming te vinden.

Aansluiting bij het bedrijfsleven

De aansluiting van het mbo bij het hbo of het bedrijfsleven kan aanzienlijk worden verbeterd door nauwere samenwerking met die partijen op te zoeken. Een mogelijkheid hiervoor zou zijn om in een (besloten virtuele) community met elkaar samen te werken.

In Amsterdam lopen momenteel al een aantal publiek-private samenwerkingen, die via netwerken en lessen studenten in contact brengen met bedrijven: House of Logistics, Cyber Security, Jean School en School of House. Door inmenging van het bedrijfsleven sluiten de ervaring en de competenties van leerlingen precies aan bij wat de markt nodig heeft.

Om dit te organiseren zouden mbo’ s en hbo’s in online communities besloten groepen op kunnen zetten, met mensen uit het bedrijfsleven en docenten. Zo kunnen studenten alvast op een laagdrempelige manier contact leggen en vragen stellen over hun toekomst. Dit zorgt er bovendien voor dat ze al een netwerk hebben als ze afstuderen.

Daarnaast is er de mogelijkheid om via blended learning in de community lesmodules te maken, die door docenten in samenwerking met werkgevers worden samengesteld. Eventueel kunnen werkgevers ook als gastdocenten worden uitgenodigd en kunnen studenten een dag meelopen bij bedrijven.

Online community als integraal onderdeel

Een online community is alleen zinvol als het een integraal onderdeel wordt van de manier van lesgeven op scholen. Anders wordt het weer een nieuwe taak die docenten bovenop hun al enorme takenpakket krijgen. Het zal ook niet voor elke student werken. Diegenen die kunnen omgaan met een grotere eigen verantwoordelijkheid, zullen in een online community floreren. De wat minder zelfredzame types zijn meer gebaat bij traditionelere manieren van lesgeven. Een online community is daarmee een krachtig instrument dat in de juiste handen succes zal opleveren.

Afbeelding met dank aan 123rf.nl

Auteur

Peter Staal

Community Building Consultant at Bind

Reacties